Compare products (0)
| Afbeelding |
|---|
| Prijs |
| Verkoper |
| Producttype |
| Tags |
| Omschrijving |
Wat betekenen USP Class VI, ISO 10993, FDA en food contact precies? En welke siliconen kies je voor een mal of product dat in contact komt met voedsel, huid of het lichaam? Een praktische uitleg om de juiste keuze te maken, plus een eerlijk beeld van wie waarvoor verantwoordelijk is.
Siliconen worden in veel toepassingen als relatief veilig beschouwd. Ze zijn vaak biocompatibel, zuurstofdoorlatend en bevatten in uitgeharde vorm doorgaans geen grote hoeveelheden schadelijke stoffen. Daardoor kom je siliconen tegen in producten die voedsel raken, in contactlenzen, implantaten, prothesen en zelfs in verbanden voor littekenweefsel.
Belangrijk om vooraf te weten: niet elke siliconen is geschikt voor elk doel. Of een eindproduct écht voldoet aan de eisen voor voedselcontact of huidcontact hangt af van het materiaal én van de manier waarop jij het verwerkt. Op deze pagina leggen we beide kanten uit.
Chemisch verdelen we siliconenrubbers in twee groepen. Dat onderscheid bepaalt grotendeels of een siliconen geschikt is voor voedsel, huid of medisch gebruik.
Deze siliconen harden uit met een katalysator op basis van tin (of tinverbindingen). Je vindt ze als:
Condensatiesiliconen worden vooral gebruikt voor mallen in kunst en industrie die niet met voedsel in contact komen. De meeste zijn niet geschikt voor voedselcontact. Reden: de uithardingsreactie loopt langzaam door, waardoor het materiaal restproducten blijft afgeven. Daarnaast zijn de gebruikte grondstoffen doorgaans minder zuiver dan bij additiesiliconen. Er bestaan enkele uitzonderingen, zoals Wacker E41 en E43.
Deze harden uit met een platina- of peroxidekatalysator. Ze komen voor in drie vormen:
Klanten vragen vaak naar deze afkortingen. Hieronder kort en concreet wat ze inhouden, zodat je weet welke norm voor jouw toepassing relevant is. Let op: voedselcontact en biocompatibiliteit zijn twee verschillende sporen. Een siliconen die huidvriendelijk of USP Class VI is, is daarmee niet automatisch geschikt voor voedselcontact, en andersom evenmin.
Een Amerikaanse biocompatibiliteitsnorm (United States Pharmacopeia, hoofdstuk <88>). De strengste van de USP-klassen. De tests worden uitgevoerd op monsters van het materiaal: systemische toxiciteit, intracutane (onderhuidse) reactie en een implantatietest. Veel gevraagd voor medische en farmaceutische toepassingen, maar het is een materiaaltest, geen goedkeuring van jouw eindproduct.
De internationale standaard voor biologische evaluatie van medische hulpmiddelen en de relevante norm voor de Europese markt. ISO 10993 beoordeelt niet het kale materiaal, maar het eindproduct in zijn definitieve vorm, inclusief verwerking en sterilisatiemethode. Uitgebreider en meer gedifferentieerd dan USP Class VI.
Voor siliconen die met voedsel in contact komen is 21 CFR 177.2600 het relevante artikel ("Rubber articles intended for repeated use"). De FDA keurt geen siliconen goed; een fabrikant verklaart dat het materiaal voldoet aan de daar gestelde voorwaarden. "FDA approved" bestaat in deze context dus niet, "voldoet aan 21 CFR 177.2600" wel.
Het kader is Verordening (EG) 1935/2004, artikel 3. Siliconen zijn uitgezonderd van Verordening (EU) 10/2011 (die geldt voor kunststoffen), en als grondstof vallen ze buiten 2023/2006. In de praktijk toetsen fabrikanten aan de Duitse BfR-aanbeveling XV (Silicone), met als typische limiet max. 0,5% vluchtige bestanddelen in het uitgeharde elastomeer. Frankrijk (Arrêté 25-11-1992) en Spanje stellen daarnaast een migratielimiet van 10 mg/dm² of 60 mg/kg.
USP Class VI en ISO 10993 zeggen niet hetzelfde. USP Class VI wordt getest op het materiaal, ISO 10993 beoordeelt het eindproduct in zijn werkelijke gebruiksvorm. Daardoor is "ons materiaal is USP Class VI" een uitspraak over de grondstof en géén certificaat voor wat jij ermee maakt. Eenzelfde siliconenbuis kan in het ene product wel biocompatibel zijn en in het andere niet, afhankelijk van sterilisatiemethode, contactduur en de overige componenten. Een materiaal dat USP Class VI haalt, voldoet meestal ook aan veel eisen van ISO 10993, maar andersom geldt dat niet automatisch.
Hetzelfde geldt voor voedselcontact: een verklaring van de fabrikant gaat over de grondstof. Of jouw mal in de praktijk voldoet, hangt af van verwerking, naharden, toevoegingen en reiniging.
| Toepassing | Aanbevolen type | Let op |
|---|---|---|
| Mal voor kunst of industrie (geen voedsel- of huidcontact) | Condensatie RTV-2 of additie RTV-2 (platina) | Goedkoopste route; geen food/skin-eisen nodig |
| Mal voor voedsel (chocolade, suiker, ijs) | Voedselveilige additie-siliconen & HTV | Naharden volgens voorschrift; verwerking bepaalt het resultaat |
| Huidcontact / bodycasting / prothesewerk | Huidvriendelijke & biocompatibele siliconen of lifecasting siliconen | Platina, geen condensatie; let op huidgevoeligheid |
| Medisch of serie-eindproduct | LSR en HTV siliconen | Eindproduct moet zelf getest en gecertificeerd worden |
Wij, en de meeste leveranciers, certificeren nooit dat een product dat jij maakt met siliconen, kleurstoffen en andere toevoegingen voedselveilig, huidvriendelijk of medisch van kwaliteit is. Dat is geen onwil, maar een logisch gevolg van hoe deze certificeringen werken.
Hoe schoon en veilig de grondstoffen ook zijn, certificeringen gelden alleen voor eindproducten. Een product wordt pas beoordeeld en gecertificeerd als het schoon en niet-toxisch is geformuleerd, verwerkt met geschikte apparatuur in een passende omgeving (vaak een cleanroom), volledig uitgehard en nagehard, correct verpakt en betrouwbaar gesteriliseerd. Pas dan kan het geheel worden getest en goedgekeurd.
Producten in onze webshop met de aanvulling "voedselveilig" of "huidvriendelijk" voldoen op zichzelf doorgaans aan de relevante FDA- en BfR-voorschriften die op dat product van toepassing zijn. Mits correct verwerkt, zijn ze daarom waarschijnlijk niet de oorzaak van een eventuele afkeuring van je eindproduct. De route ziet er zo uit:
Deze route kost tijd en geld, maar het resultaat is volledig van jou en kan niet zomaar worden gekopieerd. Het geeft je een voorsprong bij klanten die de voorkeur geven aan gecertificeerde producten.
Een geteste en gecertificeerde productlijn vraagt onderhoud. Beoordeel de kwaliteit regelmatig, houd je proces nauwkeurig en herhaalbaar (waarvoor vaak ISO-normen nodig zijn) en laat periodiek externe tests uitvoeren. Wijzig je materiaal, verwerking of sterilisatie, dan moet de biocompatibiliteit opnieuw worden beoordeeld.
Nee. Food grade en medisch zijn verschillende eisen met verschillende tests. Medisch gebruik vraagt doorgaans om biocompatibiliteitstesten zoals USP Class VI of ISO 10993 op het eindproduct.
Nee, en dat is een veelgemaakte fout. Biocompatibiliteit (USP Class VI, ISO 10993) en voedselcontact (1935/2004, BfR XV, 21 CFR 177.2600) zijn losse beoordelingen met eigen tests en eigen limieten. Sommige siliconen voldoen aan beide, veel siliconen aan één van de twee. Kijk altijd naar de verklaring van de fabrikant voor het specifieke product.
Voor de meeste merken kunnen wij de Regulatory Product Information (ook wel PCS of Product Compliance Statement) van de fabrikant leveren. Daarin staat per product wat er geldt voor voedselcontact (1935/2004, BfR XV, 21 CFR), allergenen, zware metalen, RoHS en BSE/TSE, inclusief de bijbehorende beperkingen. Daarnaast leveren we de TDS en het veiligheidsinformatieblad (SDS).
De uithardingsreactie loopt langzaam door, waardoor het materiaal restproducten blijft afgeven. Ook zijn de grondstoffen doorgaans minder zuiver dan bij additiesiliconen.
USP Class VI beoordeelt het materiaal met drie strenge in-vivo-tests en is vooral in de VS gangbaar. ISO 10993 is de Europese standaard en beoordeelt het eindproduct in zijn werkelijke gebruiksvorm, inclusief verwerking en sterilisatie. ISO 10993 is uitgebreider en meer gedifferentieerd.
Voor veel food-grade en medische toepassingen is naharden nodig, en voor peroxide-gekatalyseerde siliconen vrijwel altijd. Naharden verwijdert vluchtige resten, wat direct van belang is voor de BfR-limiet van max. 0,5% vluchtige bestanddelen. Houd de tijd en temperatuur aan die in de TDS van het betreffende product staan. Bij peroxidesystemen kan een scavenger nodig zijn om peroxide- of zuurresten te verwijderen.
Heb je hulp nodig bij het kiezen van het juiste siliconen voor een voedsel-, huid- of medische toepassing? We denken graag met je mee over de materiaalkeuze en de verwerking.
Neem contact opDeze informatie is bedoeld als algemene toelichting en vormt geen garantie of certificering. De geschiktheid van een eindproduct voor voedselcontact, huidcontact of medisch gebruik moet altijd worden vastgesteld op het uiteindelijke product, getest door een bevoegd onafhankelijk bedrijf. Controleer altijd de actuele TDS, SDS en productspecificaties.
| Afbeelding |
|---|
| Prijs |
| Verkoper |
| Producttype |
| Tags |
| Omschrijving |